Free flashcard deck
Doelgroeppen flashcards
20 cards, Hard, made and shared by a student on FORKSAI.
FORKSAI brings each card back with spaced repetition, right before you would forget it. Free to start, no card needed.
All 20 cards
Card 1
Wat zijn de drie ontwikkelingsdimensies die centraal staan in het orthopedagogisch model van Kok, en geef een korte beschrijving van elk?
De drie dimensies zijn affectief (sociaal-emotioneel), cognitief, en conatief. Affectief betreft de verbinding van het kind met zichzelf, anderen en de omgeving, en diens welbevinden. Cognitief omvat het waarnemen, voorstellen en leren kennen van een gestructureerde omgeving, en het omgaan met variatie. Conatief heeft betrekking op de eigenheid van het kind in relatie tot zijn omgeving, zoals egocentrisme versus aanpassing, en de motivatie en betrokkenheid.
Card 2
Definieer het concept 'Problematische Opvoedingssituatie (POS)' volgens de bronmaterialen.
Een Problematische Opvoedingssituatie (POS) is een opvoedingssituatie die door de betrokkenen als nagenoeg perspectiefloos wordt ervaren. Zonder deskundige hulp van buitenaf slagen de betrokkenen er niet in het geheel zodanig te veranderen dat het weer perspectief biedt.
Card 3
Wat is het verschil tussen 'alledaagse kennis opvoeding' en 'wetenschappelijke kennis opvoeding' volgens de bron, en welk concept van Kahneman (2012) wordt bij elk genoemd?
Alledaagse kennis opvoeding is intuïtief handelen gebaseerd op eerdere ervaringen en de eigen persoonlijkheid, vaak onbewust, en wordt geassocieerd met 'Thinking fast'. Wetenschappelijke kennis opvoeding is handelen op basis van wetenschappelijk onderzoek, bewust en analytisch, en wordt geassocieerd met 'Thinking slow'.
Card 4
Wat zijn de belangrijkste risicofactoren voor trauma bij ziekenhuisopname voor een kind, zoals beschreven in de bron?
De risico's op trauma bij ziekenhuisopname voor een kind zijn afhankelijk van de leeftijd van het kind, de opnameduur en -frequentie, de attitude van de ouders, de ouderlijke aanwezigheid (ook 's nachts), de pijnbeleving, en de attitude van artsen en verplegend personeel.
Card 5
Onderscheid 'slechthorendheid' van 'doofheid' op basis van de audiologische classificatie en de impact op taalverwerving.
Bij doofheid wordt gesproken taal niet meer verstaan of verworven, zelfs niet met hulpmiddelen en/of training. Bij slechthorendheid zijn er nog voldoende auditieve mogelijkheden om taal te verstaan of te verwerven, hoewel dit vertraagd en bemoeilijkt kan zijn.
Card 6
Beschrijf de kern van het Nature-Nurture debat door zowel 'Nature' (nativisme) als 'Nurture' (empirisme) uit te leggen.
Het Nature-Nurture debat draait om de vraag wat de ontwikkeling van een individu primair bepaalt. Nature (nativisme) stelt dat aanleg en erfelijk materiaal de ontwikkeling bepalen. Nurture (empirisme) daarentegen, beargumenteert dat opvoeding en het milieu, door middel van leerervaringen, de ontwikkeling bepalen.
Card 7
Wat is de definitie van 'orthopedagogiek' en hoe is deze definitie geëvolueerd volgens de bron?
Orthopedagogiek is de wetenschap die zich bezighoudt met opvoeding die bemoeilijkt verloopt, waarbij de orthopedagoog deze situatie probeert te ondersteunen. De evolutie van de definitie heeft een verschuiving laten zien van een focus op de beperking van het kind naar het opvoedingsgebeuren, het ontstaan van problemen vanuit diagnose, behandeling en preventie, en uiteindelijk naar de krachten van het kind en integratie in de samenleving.
Card 8
Welke drie factoren kunnen volgens het orthopedagogisch model van Kok en Ter Horst bijdragen aan een Problematische Opvoedingssituatie (POS)?
De drie domeinen van orthopedagogische studie (POS) zijn factoren in de opvoeders/ouders en/of begeleiders, factoren in het kind, en factoren in de omgeving en samenleving.
Card 9
Leg uit wat 'Münchausen Syndrome by Proxy' inhoudt en waarom het een vorm van kindermishandeling is.
Münchausen Syndrome by Proxy is een vorm van kindermishandeling waarbij de ouders of verzorgers het kind ziekten en medische problemen toebrengen. De ouder liegt over de medische geschiedenis van het kind, wat leidt tot herhaalde ziekenhuisopnames en onnodige medische procedures, waardoor het kind slachtoffer wordt van fysiek en psychisch geweld.
Card 10
Wat zijn de drie criteria waaraan voldaan moet worden voor de diagnose van een leerstoornis, en leg elk kort uit?
De criteria zijn het achterstandscriterium, het hardnekkigheidscriterium en het exclusiviteitscriterium. Het achterstandscriterium betekent dat er duidelijke problemen zijn bij het verwerven van een schoolse vaardigheid ten opzichte van de leeftijdsgroep. Het hardnekkigheidscriterium houdt in dat de problemen blijven bestaan ondanks adequate remediërende instructie. Het exclusiviteitscriterium stelt dat andere problemen de vastgestelde achterstand niet volledig mogen verklaren.
Card 11
Wat is het verschil tussen prelinguale en postlinguale gehoorstoornissen, en waarom is dit onderscheid relevant?
Een prelinguale gehoorstoornis treedt op vóór de taalverwerving (vóór, tijdens of maximaal 1 jaar na de geboorte), wat een grote impact heeft op de ontwikkeling van gesproken taal. Een postlinguale gehoorstoornis ontstaat ná de taalverwerving, waardoor de persoon al een basis van gesproken taal heeft opgebouwd, wat de aanpak en prognose beïnvloedt.
Card 12
Beschrijf de ziekte Mucoviscidose (Muco) en de belangrijkste gevolgen ervan voor de longen en spijsvertering.
Mucoviscidose is een ziekte gekenmerkt door een abnormale afscheiding van taai slijm. Dit slijm verhindert de longen om hun werk goed te doen, wat leidt tot luchtwegafwijkingen. Ook veroorzaakt het spijsverteringsstoornissen doordat voedingsstoffen niet goed kunnen worden opgenomen door het lichaam.
Card 13
Wat zijn de vier niveaus van intensiteit in ondersteuning voor personen met een verstandelijke beperking, zoals beschreven in het ondersteuningsplan?
De vier niveaus zijn: Niveau 1 (kortdurend en onderbroken), Niveau 2 (beperkt op regelmatige basis en voor kortere tijd), Niveau 3 (regelmatig of redelijk intensief in bepaalde situaties), en Niveau 4 (permanentie, intensieve ondersteuning op alle levensdomeinen).
Card 14
Welke twee belangrijke begrippen zijn essentieel in de medische diagnostiek van een visuele beperking, en wat meten ze?
De twee belangrijke begrippen zijn Visus (gezichtsscherpte) en Gezichtsveld. Visus meet hoe scherp we een object zien vanaf een bepaalde afstand (V=d/D). Gezichtsveld meet de verzameling van punten in de ruimte die we nog zien rondom ons (horizontaal en verticaal).
Card 15
Wat is 'dissociatie' in de context van kindermishandeling en waarom wordt het beschouwd als een overlevingsmechanisme?
Dissociatie is een overlevingsmechanisme van het slachtoffer van kindermishandeling, waarbij geest en lichaam zich afsplitsen om de pijn niet te hoeven voelen. Het stelt het kind in staat om de overweldigende ervaringen emotioneel te ontvluchten en zo te blijven functioneren, zij het met mogelijke langetermijngevolgen.
Card 16
Welke twee types onderwijs aan zieke kinderen zijn er mogelijk buiten de reguliere school, en welke hulpmiddelen of instellingen worden hierbij genoemd?
Onderwijs aan zieke kinderen kan thuis plaatsvinden via Tijdelijk Onderwijs Aan Huis (TOAH) en Synchroon Internetonderwijs (SIO), waarbij 'Bednet' een hulpmiddel is. Op school is er Buitengewoon Onderwijs (BuO) type 5 voor kleuter- en lager onderwijs, en OV4 voor secundair onderwijs, vaak voorzien in een ziekenhuis of preventorium zoals het Zeepreventorium De Haan.
Card 17
Leg uit wat het 'Whilplash Shaken Infant Syndroom' inhoudt en de mogelijke ernstige gevolgen voor een baby.
Het Whiplash Shaken Infant Syndroom ontstaat door het hardhandig schudden van een baby. Dit kan leiden tot ernstige verwondingen zoals hersenletsels, inwendige bloedingen en nekverwondingen, vanwege de kwetsbaarheid van het hoofd en de nek van een zuigeling.
Card 18
Wat is het verschil tussen 'pedagogiek' en 'andragogiek' op basis van hun Griekse etymologie en focus?
Pedagogiek is afgeleid van 'paidos' (kind) en 'agogein' (leiding geven, opvoeden), en richt zich op de begeleiding en stimulering van de ontwikkeling van het kind tot volwassene. Andragogiek is afgeleid van 'andros' (volwassen) en 'agogein', en richt zich op het opvoeden van volwassenen, levenslang leren en de vorming van volwassenen.
Card 19
Beschrijf de oorzaak en de belangrijkste symptomen van Astma bij kinderen.
Astma is een aandoening van het ademhalingssysteem, waarbij een vernauwing van de luchtpijptakken optreedt. De oorzaak is vaak een allergie. Symptomen zijn een zagende, piepende ademhaling en aanvallen van heftige ademhalingsnood.
Card 20
Wat zijn de twee meest voorkomende leerstoornissen die in de bron worden genoemd en welke schoolse vaardigheden worden hierdoor primair beïnvloed?
De twee meest voorkomende leerstoornissen zijn dyslexie en dyscalculie. Dyslexie is een hardnekkig probleem met lezen en/of spellen. Dyscalculie is een hardnekkig probleem met het oproepen van rekenfeiten en/of het leren en vlot/accuraat toepassen van rekenprocedures.
Study Doelgroeppen the way that sticks
Reading cards is not the same as remembering them. In FORKSAI you answer each card before you see the back, and the ones you miss come back first.
Study these cards freeMore flashcard decks
- Thermochemistry and Thermodynamics flashcards (149 cards)
- Género Bacillus y Clostridium flashcards (100 cards)
- Ψηφιακά Παιχνίδια και Μάθηση flashcards (100 cards)
- Philosophy AS flashcards (100 cards)
- Nervous system flashcards (100 cards)
- ECG, IGEL and Iv flashcards (100 cards)